Terugblik dorpsgesprek ‘kan Baarn zonder kerk?’

Terugblik dorpsgesprek

‘kan Baarn zonder kerk?’

Er is alle reden voor de plaatselijke overheid om kerken met hun mensen en gebouwen volop mee te laten doen in een gemeente. Kerken stellen inwoners, of ze nu gelovig zijn of niet, onder andere in staat na te denken over hun identiteit.

Dat betoogde prof.dr. James Kennedy tijdens het ‘dorpsgesprek’ dat de Calvijnkerk onlangs organiseerde. Kennedy (verbonden aan de Universiteit van Utrecht) opende de avond met een lezing over de plek van de kerk in de samenleving. Daarna volgde een podiumgesprek met Esther Hagendoorn van D66 in Baarn, wethouder André van Roshum van de Baarnse Christenunie/SGP en ds. Martin van Dam, predikant van de Calvijnkerk. Het gesprek werd geleid door Ton van Brussel, voormalig directeur van het Amsterdamse debatcentrum De Rode Hoed.

Goud waard

De ongeveer 120 belangstellenden, kerkelijk en niet-kerkelijk, luisterden naar het podiumgesprek en discussieerden mee aan de hand van de centrale vraag ‘kan Baarn zonder de kerk?’

Professor Kennedy nam het publiek eerst mee op een reis langs de verschillende antwoorden die er op die vraag gegeven worden. Theoretisch zou Baarn wellicht zonder kerk kunnen, zei hij. Maar goed beschouwd zal een gemeente als Baarn dan wel iets missen. Vanuit de overheid gezien lijken kerken op verenigingen van burgers en elke vitale gemeente is gebaat bij burgerinitiatieven.

Bovendien toont onderzoek aan dat kerkleden als vrijwilliger of donateur bovengemiddeld actief zijn op het terrein van goede doelen. Daar horen ook niet-religieuze goede doelen bij. ‘Dat is letterlijk goud waard’, aldus Kennedy.

Bovendien gaan christenen in Nederland doorgaans niet op een opdringerige manier om met hun religieuze identiteit. Als ze zich voor bepaalde activiteiten inzetten is het ‘bekeren’ van anderen niet de primaire doelstelling. Kennedy constateert eerder verlegenheid vanwege de heersende ‘je moet het zelf weten’-houding.

Waar sta je voor?

Wanneer er over en weer dus niet teveel koudwatervrees is, is er best een prettige uitgangspositie om kerken met hun kapitaal aan mensen en gebouwen volop mee te laten doen in een gemeente.

Maatschappelijk en kerkelijk ziet Kennedy ontwikkelingen die pleiten voor een duidelijke rol van de kerk in de samenleving. Hij verwees naar het onderwijs. Daar is een tendens dat in de persoonlijke ontwikkelingen van jongeren de vraag: ‘Waar sta jij voor?’ belangrijker wordt. Dat geldt ook voor de vraag ‘vanuit welke waarden geef je gestalte aan je leven?’

Jongeren moeten werken aan hun identiteit om het vol te houden en de juiste keuzes te maken, te midden van alles wat er op mensen afkomt in deze tijd. Tegelijk groeit, in reactie op individualisme, het besef dat ‘echt ergens voor gaan’ beter samen kan dan alleen. We gaan dus van independency naar interdependency, volgens de Engelsen. Er is nieuwe openheid voor vormen van ‘betrekkelijke betrokkenheid’. Daarin zou de kerk een rol kunnen vervullen.

Geloof in praktijk brengen

Tegelijk is binnen kerken meer aandacht voor discipelschap. Dat begrip houdt in dat, naast de band met God en elkaar, er ook aandacht is voor het in praktijk brengen van het geloof. Dat gebeurt bijvoorbeeld door het ‘doen van goede dingen’ voor de naaste.  Gastvrijheid richting asielzoekers bijvoorbeeld.

Na deze inhoudelijke aftrap bracht gespreksleider Ton van Brussel een discussie op gang tussen James Kennedy, Esther Hagendoorn (D66), André van Roshum (CU, wethouder sociaal domein) en ds. Martin van Dam (predikant Calvijnkerk).

Levensvragen verbinden

‘Als ik een katholieke kerk bezoek, heb ik daar nog altijd een bepaald gevoel bij’, bekende Hagendoorn. Zij is niet gelovig, maar zou de kerk niet graag missen. Wel vraagt ze zich af: waarom willen christenen het bij hun inzet voor de maatschappij ook over hun geloof hebben?

Vanuit het publiek reageert een bezoeker dat gesprekken over levensvragen voor verbinding zorgen tussen mensen. De kerk is een plek waar je leert om interesse te hebben in de diepere lagen van je eigen leven en dat van anderen. Al kun je dat natuurlijk ook meekrijgen in een niet-kerkelijke opvoeding.

‘Ik verbaas mij erover dat je in Baarn met subsidie van de gemeente alleen in een seculier, niet-gelovig kader over levensvragen kunt praten’, merkte dominee Martin van Dam op. Hij doelde op een bijeenkomst die Welzijn Baarn onlangs belegde, gericht op levensvragen. De activiteit vond plaats in een plaatselijk restaurant, op kosten van de gemeente. ‘Is het koudwatervrees dat er voor dit soort activiteiten tot nu toe nooit met de kerk is samengewerkt?’, vroeg Van Dam zich af.

Goede voorbeelden

‘Kerken zouden meer gezamenlijk moeten optrekken en bij de gemeente met ideeën komen’, merkte wethouder André van Roshum op. Zijn opmerking ontlokt de in het publiek aanwezige voorzitter van de plaatselijke Raad van Kerken de opmerking dat die openheid er al een poosje is. ‘Nodig ons uit’, stelt hij voor.

Diaconaal is er de afgelopen jaren te weinig samengewerkt tussen kerken, vindt wethouder Van Roshum. Volgens sommige aanwezigen wordt dat nu weer opgepakt. Er zijn al goede voorbeelden, zoals de maaltijden met asielzoekers onder de naam ‘Gastvrij Baarn’. Die worden gefinancierd door de Baarnse Raad van Kerken.

Tijdens het podiumgesprek met de zaal valt het begrip ‘zieltjes winnen’ regelmatig. Kerkleden zouden een verborgen agenda hebben en zich alleen inzetten om nieuwe leden bij de kerk te krijgen. Achteraf vonden sommige bezoekers dat dit aspect onevenredig veel nadruk kreeg in de discussie. Van zieltjes winnen is volgens hen geen sprake, want het ligt niet in het vermogen van mensen om zielen te winnen voor het geloof.

Vakantie naar Frankrijk

Om uit angst voor dit predikaat maar helemaal te zwijgen over drijfveren, lijkt de aanwezigen ook niet goed. ‘Waarom zou je als vrijwilliger niet mogen praten over je motivatie van waaruit je je inzet? In een gesprek met een onbekende adviseren we heel makkelijk een vakantie naar Frankrijk als we daar zelf goede ervaringen hebben opgedaan.  Dan mag je toch ook wel het bezoek aan een kerk aanbevelen’ aldus ds. Martin van Dam.

Column James Kennedy

Professor James Kennedy constateerde dat ook de kerk veel ‘zoekers’ kent. Hun motivatie om het goede te zoeken voor de omgeving is breder dan de gedachte ‘misschien leidt mijn vrijwilligerswerk tot groei van onze gemeente’.  Voor Kennedy zelf was het dorpsgesprek aanleiding er de volgende dag een column aan te wijden in dagblad Trouw:

Deze week gaf ik een lezing in Baarn over het nut van de kerk voor de samenleving. Kerken en andere gebedshuizen zijn bronnen van sociaal kapitaal. Ze dragen niet alleen bij aan gemeenschapszin, waarbij leden elkaar ondersteunen, maar richten hun blik ook naar buiten.

Over het algemeen geven kerkelijk actieve burgers meer tijd en geld aan goede doelen – ook seculiere doelen – dan andere burgers. Bij neutrale vrijwilligersorganisaties zijn verhoudingsgewijs veel mensen te vinden die zich laten inspireren door hun religieuze achtergrond. Dus hoewel de kerken kleiner zijn geworden, is hun betrokkenheid bij de samenleving groter dan je getalsmatig zou vermoeden.

Onmisbaar

Vanuit het perspectief van de overheid is al dit vrijwilligerswerk heel prettig; vrijwilligers kunnen activiteiten uitvoeren waarvoor de gemeente te weinig budget heeft en problemen signaleren die anders onzichtbaar zouden blijven. Lokale overheden kunnen eigenlijk niet meer zonder de inzet van deze betrokken burgers. Maar er is wel een heet hangijzer. Vrijwilligers van kerkelijke huize worden geaccepteerd zolang ze maar geen ‘zieltjes winnen’, zolang gelovige christenen of moslims hun positie als hulpaanbieder maar niet misbruiken om anderen te bekeren. (….)

Eigen ervaringen

Overigens zou ieder bij zichzelf moeten nagaan in hoeverre je geneigd bent om je eigen meningen op te leggen aan de mensen die je helpt. Ook al hebben Nederlanders een hekel aan opdringerige mensen, ze hebben toch vaak ideeën over hoe het wel zou moeten, vooral bij nieuwkomers die moeten integreren. Veel vrijwilligers denken dat de concrete hulp vanuit organisaties onvoldoende is om alle problemen die ze tegenkomen, op te lossen. Ze geven behulpzaam adviezen, gebaseerd op hun eigen ervaringen: heb je weleens mindfulness geprobeerd, alternatieve geneeskunde, denk je aan het milieu?

Het voordeel van dit soort gesprekken is dat het perspectief op zowel het probleem als de oplossingen verbreed wordt. Maar het nadeel is dat kwetsbare mensen het gevoel kunnen krijgen dat ze iets terug moeten doen voor de hulp die ze ontvangen, of dat ze meegesleept worden in gedachten of idealen waar ze zich uiteindelijk niet prettig bij voelen.

Het sociaal kapitaal van kerken, gebedshuizen en religieuze vrijwilligers is groot en dat mag gezien en erkend worden. De angst dat deze vrijwilligers vooral zieltjes willen winnen is vaak overdreven. Een gesprek tussen vrijwilliger en hulpontvanger over drijfveren en motivatie hoeft ook niet erg te zijn; het kan helderheid scheppen en de relatie verdiepen. Zolang de hulpontvanger niet is overgeleverd aan de vrijwilliger en ook geregeld contact heeft met anderen die zich ervan verzekeren dat een hulpontvanger niet onder druk wordt gezet, is het niet nodig om krampachtig om te gaan met religieuze of idealistische vrijwilligers.’