Leerlingen van Jezus

Waarom vertelt de Bijbel ons eigenlijk zoveel over de discipelen van Jezus? Ja natuurlijk, het gaat om Hemzelf en dat lezers in het evangelie ontdekken wie Jezus is. Toch is het een bewust keuze om over Jezus te vertellen in relatie met Zijn leerlingen en te laten zien dat Hij zelf mensen riep om Hem te volgen. In mijn studieverlof in juni 2017 heb ik een begin gemaakt om bij dit onderwerp stil gestaan in met name het Mattheüsevangelie. In november hebben op een gemeenteavond gesproken over een visie stuk, gebaseerd op de roeping van de discipelen in Mattheüs 4, waar we toen ook in een dienst over gehoord hebben.

Als we kijken naar het evangelie van Mattheüs is het veelzeggend dat zendingsopdracht waar het evangelie op uitloopt, verwoord is in termen van discipelschap: ‘Maak alle volken tot discipelen’, zo zou je kunnen vertalen in Mat. 28:19. In ditzelfde evangelie is ook extra aandacht voor het onderwijs van Jezus dat vooral in de Bergrede aan de orde komt. In totaal zijn er vijf toespraken van Jezus, een getal dat herinnert aan de vijf boeken van Mozes (onder Joden gezien als de leraar bij uitstek). Verder zijn er natuurlijk de vele andere momenten van interactie tussen Jezus en de discipelen. Een interessante theorie rond het Mattheüsevangelie is dat dit evangelie in het eerste begin is gebruikt als een soort catecheseboek voor pasbekeerde christenen. Ze konden zich daarin eigen maken wie Jezus is, maar leerden meteen ook wat het betekent om Hem te volgen.

Wij mogen het evangelie ook leren toepassen door ons te identificeren met de discipelen. We worden dan geroepen net als zij en trekken al lezend met Jezus op. We horen Zijn woorden en zien Zijn tekenen. Allemaal om ons gaandeweg voor te bereiden op de taak om net als onze Meester oog te hebben voor de wereld om ons heen en in die wereld gezonden te worden. Het evangelie van Mattheüs is redelijk positief over de discipelen en hun begrip van Jezus, maar ook eerlijk en realistisch: ze falen ook en moeten vooral nog veel leren. De grondslag van het evangelie is dan ook Gods genade en niet de prestatie van de leerlingen. Jezus wijst daadwerkelijk een weg om te gaan, maar dat heeft zijn uitgangspunt in het koninkrijk dat komt door Christus alleen. Jezus neemt in bijvoorbeeld Mat. 23 afstand van de manier waarop de Farizeeën met wetten en geboden bezig zijn.

Op deze manier het evangelie lezen kan ons ongetwijfeld inspireren om in onze tijd te leven in navolging van Christus, die ons uit genade riep. Zal dat ook nu niet een missionaire impact kunnen hebben in de wereld om ons heen?

ds. M. van Dam